Maak bliksem

Nodig:
– 2 ballonnen
– pikdonkere kamer
– droog haar (zonder wax of gel) of een wollen trui

Doen:
1) Blaas de ballonnen op en maak er een knoop in, zodat ze niet leeglopen.
2) Houd in elke hand 1 ballon.
3) Wrijf met de balonnen over je haar of de wollen trui en zorg dat ze elkaar niet raken.
4) Doe het licht uit en houd de ballonnen heel dicht bij elkaar, maar niet tegen elkaar.

PM-knipoogbliksemWat zie je gebeuren?
Als alles goed is gegaan zie je een heel klein vonkje als de ballonnen elkaar bijna raken. Probeer het nog eens en probeer nu goed te luisteren. Als je heel goed luistert, kun je ook geknetter horen, de donder van het onweer :-)

Wat gebeurt er bij onweer?
In dit proefje maakte je kortsluiting tussen de elektrische ballonnen. De ballonnen worden elektrisch wanneer je ermee langs je droge haar wrijft en die electriciteit gaat van de ene ballon naar de andere met een vonkje. Dit is ook wat er gebeurt bij onweer.  Bliksem is kortsluiting tussen de elektrische wolken. Twee elektrische wolken komen bij elkaar in de lucht en maken een vonk: de bliksem. Het geknetter is de donder van onze minibliksem. De donder komt altijd iets na de bliksem, maar omdat alles heel dichtbij is, hoor je het geknetter tegelijk met het vonkje.

Door de wrijving tussen de ballon en je haar of je trui wordt de ballon elektrisch geladen. Dit komt doordat er elektronen, elektrische deeltjes, op de ballon worden overgebracht. Hierdoor wordt de ballon negatief geladen. Dit heet in de natuurkunde statische lading. Doordat je de ballonnen vlak bij elkaar houdt krijg je kortsluiting, waardoor een vonkje en geknetter ontstaat. Het licht van het vonkje bij de proef ontstaat door elektrische stroom die door de lucht heen gaat. De lucht is opgebouwd uit luchtmoleculen. Als daar een elektrisch stroompje doorheen gaat zoals bij het proefje met de ballon, dan ontstaat er licht in de moleculen. Het geknetter dat je hoort, is het geluid dat ontstaat bij de kortsluiting. Bij bliksem is er ook een vonk: de bliksem, en geknetter: de donder. Het verschil is dat je de vonk en het geknetter bij dit proefje tegelijk hoort. Dit komt omdat het heel dichtbij is, en het licht ongeveer even snel je ogen bereikt als het geluid je oren.